Vanaf het derde leerjaar (8 jaar): dans voor meisjes en jongens, 2u/week

In de danslessen wordt aan techniek en aan artistieke ontplooiing gewerkt. Er worden mogelijkheden gecreëerd om podiumervaring op te doen. Zo kunnen de leerlingen hun grenzen verleggen. Leerlingen volgen 2 lessen per week: 1u AABL (Algemene Artistieke Bewegingsleer) en 1u AT (Artistieke Training). De lagere graad dans bestaat uit vier jaren: L3, L4, L5 en L6.

AABL (Algemene Artistieke Bewegingsleer)

In deze les wordt vooral gewerkt aan de basis voor het klassiek ballet. Door middel van de techniek die stelselmatig wordt bijgebracht leren de leerlingen hun grenzen verleggen. Discipline, juiste leer-attitude en “placement” (plaatsing van het lichaam) zijn zeer belangrijk.

AT (Artistieke Training)

De technieken die in AABL aangeleerd zijn, worden in AT toegepast in choreografieën om de artistieke ontwikkeling te bevorderen. Soms wordt er voor een andere dansvorm dan het klassiek ballet gekozen om de bewegingsmogelijkheden van de leerlingen te verruimen.